Oude blog, Reizen
Leave a Comment

Noord-India

Met een beetje vertraging komen onze eerste weken India in woord en beeld toch nog op de blog.

Op 2 maart neem ik de Eurostar naar Bruno in London. We gaan nog een laatste keer zalig lekker eten en genieten van enkele lekkere glazen wijn. Op 3 maart nog een wandeling door London en een hamburger bij Byron’s en ik sta bijna op het punt om terug te vertrekken naar verre oorden. Leaving on a Jet(airways)plane…

Op 4 maart land ik in Delhi. Ik kan het bijna niet geloven dat ik terug zo lang op reis vertrek. Drie maanden aan mijn bureau terwijl het buiten sneeuwde, zijn voorbij. Het lijkt zo onwerkelijk. Auto verkocht, geen job, geen huis. Enkel een grote rugzak, een enkel vliegtuigticket en het avontuur kan terug beginnen.

Sinds mijn vertrek terug naar huis op 28 november heeft Maarten ondertussen zijn weg gebaand door het Zuiden van Vietnam, Cambodia, Laos, het Westen van China, Tibet en Nepal. Na verschillende treinen en bussen staat hij (normaal gezien) aan de andere kant van de luchthaven.

Terwijl ik in de luchthaven sta te wachten op mijn rugzak kan ik nog niet geloven dat aan de andere kant van de deur Maarten en het avontuur staan te wachten. Somebody please pinch me. Ik had me verwacht aan een immense drukte in de luchthaven. Maar Maarten staat me op te wachten in een bijna lege aankomsthal met als welkomstgeschenk een Tibetaanse sjaal, Chinese armband, en Indische bloemenkrans. De zon en de realiteit komen me tegemoet. Een taxirit in een goede oude Ambassador, geurend naar rozenwater van mijn bloemenkrans, later komen we aan in Pahar Ganj. Daar gaan we weer.

Van 4 tot 10 maart nemen we onze tijd om Delhi te ontdekken. We nemen onze tijd om mij terug te laten wennen aan het reizen. Indiagate, Rajpath, Safardjungs Tomb, Humayuns Tomb, Lodi Gardens, Old Delhi, Bahai Lotus Temple, Connaughts place, Jama Masjid… passeren allemaal de revue. Een stad met vele stoffige kleine straatjes, met veel of meer Indiërs. Een stad waarin het contrast tussen Islam en Hinduïsme je meteen tegemoet komt. De rode draden die doorheen India lopen worden hier al merkbaar, maar worden pas duidelijk eens de draden gevolgd worden.

We laten ons door al deze drukte rijden in geelgekleurde rickshaws. De drukte op een haar nabij, een bries in het gezicht passeren we fruitkraam na fruitkraam, waterverkoper na waterverkoper en occasioneel nog eens een koe. Kleurige drukte, de zon op mijn snoet en een briesje, zo herinner ik me mijn eerste indruk van Delhi.

Op 10 maart nemen we de trein naar Agra. Bij aankomst mag ik nog niet kijken over de muurtjes van de Taj Mahal, want mijn eerste indruk van de Taj mag niet besmet worden. Geen rooftop restaurant dus vanavond, maar wederom eens lekker Indisch eten in de tuin van ons hotel. Op 11 maart zijn we vroeg uit de veren om bij zonsopgang de poorten van de Taj binnen te kunnen. We zijn bij de eersten om binnen te gaan. Voor ik de Taj te zien krijg word ik wel eerst even gezegend door een duif. Perfect begin :-).

De Taj zo vroeg in de morgen met weinig bezoekers en een rozige gloed op de achtergrond. Het is inderdaad zo mooi als ze me voorgehouden hadden. De witte marmer met Pietra Dura licht op in het zonlicht. Langs beide zijden geflankeerd door een wondermooi rood gebouw, het ene een Moskee, het ander zijn spiegelbeeld voor symmetrie. Waterpartijen langs de ene kant, de Yamuna rivier langs de andere kant. We wandelen zeker 3 uur rond in de tuinen, langs de Moskee,… genietend van het zicht. Veel te moe van het vroege opstaan, leggen we ons ook even neer op de Taj in het zonnetje. Even later liggen we allebei lekker te slapen. Zalig, maar een securityguy denkt daar anders over :-).

De rest van de tijd genieten we van etentjes op rooftop restaurants met zicht op de Taj. Vanuit Agra maken we ook een dagtrip naar Fatehpur Sikri. Na een rit in een koekendoos op wielen komen we aan in de hoofdstad in rode steen van keizer Akbar, met paleisjes voor elk van zijn 3 vrouwen. Verlaten door gebrek aan water, wellicht niet door gebrek aan plezier. De plek doet me denken aan sprookjesdromen, geurend naar rozenwater met dansende vrouwen. Ik geniet in ieder geval van de rust, de prachtige gloeiende gebouwen en de fantasie die deze langvervlogen tijd bij me oproept.

Op 12 maart vertrekken we met de nachttrein naar Varanasi. Met heel veel vertraging komen we de volgende dag aan in Varanasi. Daar word ik voor de eerste keer ziek. Leve India, Jai Hind!! Na twee dagen ben ik eindelijk zo goed als genezen en kunnen we eindelijk Varanasi bezoeken. Normaal gezien is het hier druk druk druk, maar nu valt het goed mee. Het is immers Kumba Mela, oftewel heilige dip, in Haridwar. Al de Sadhu’s die voor de rituelen zorgen langs de oevers van de Ganges zijn nu weggetrokken. Op een enkele Sadhu na met maar één been, die er duidelijk niet op tijd kon geraken, zie ik geen enkele andere in oranje gewade Sadhu.

We wandelen langs de verschillen ghats. Mensen die zich baden in de Ganges, bootjes, waterbuffels, kleurige tempeltjes, spelende kinderen, drogende was, … zo herinner ik me de oevers van de Ganges. We passeren ook de burning ghats waar de overledenen verbrand worden. Het is helemaal niet luguber zoals ik verwacht had, maar het brengt een bepaalde sereniteit met zich mee. Het is een begrafenisritueel als een ander dat rust oproept.

We genieten ook van onze zoveelste lassi op een terrasje boven de Ganges. Lezen lezen en nog eens lezen, en zo gaat er ook weer een dag voorbij :-). Op een avond nemen we ook eens een bootje over de Ganges. Omringd door kaarsjes die te water gelaten worden, varen we langs de verschillende ghats. Nu is de grootste burning ghat plots wel heel indrukwekkend. Wat de kleuren betreft, is het precies een scène uit een film uit de Middeleeuwen. Donkere trappen waar stapels hout branden. Enkele mensen wassen een overledene in de Ganges. Vuur en witte rook stijgen op en verlichten wazig de trappen en tempels van de ghats. Een heel dramatisch beeld, waarin zwart, bruin, oranje en wit elkaar afwisselen.

Een beetje verder aan een andere ghat verzamelen zich plots een heleboel mensen en beginnen enkele hindurituelen waarin vanalles van vuur tot bloemen in het rond gezwaaid worden op tsjingel tsjangel muziek en tromgerof.

Achter de ghats bevindt zich een wirwar van straatjes waar ons twee dingen opvallen: veel koeien en veel Japanners. De heilige koeien in het centrum van het hinduïsme kunnen we begrijpen, de vele Japanners niet…

Op 18 maart laten we Varanasi achter ons en vertreken we naar Bodh Gaya, het centrum van het Boeddhisme. Daar slapen we in een Buthanees klooster en bezoeken we allerhande boeddhistische tempels in stijlen van verschillende landen. Dé tempel die we bezoeken is de Mahabodhi tempel gebouwd op de plek waar Boeddha tot verlichting is gekomen. Naar boeddhistisch gebruik moeten we met de klok mee rond de tempel wandelen. Achter de tempel is de heilige Bodhitree, waaronder de Boeddha tot verlichting is gekomen en waar nu vele mensen in het wit zitten te bidden. Ik krijg van een klein bazeke enkele felbegeerde heilige blaadjes die neergedwarreld zijn van de boom. Naast de tempel zitten vele monniken te chanten en vele andere boeddhisten komen ook naar hier om de hele nacht de mediteren in hun mini-muggennet-tentjes. Ik ben immens onder de indruk en opgevreten door de muggen. Oooooom mani padme ooom…

Op 19 maart nemen we een nachttrein naar Calcutta. Op mijn aanraden boeken we de laatste trein om 23u45. Een keuze die ik me nog zou beklagen… De trein blijkt bij aankomst immers vertraging te hebben en we moeten dus midden in de nacht wachten in een station dat compleet bezaaid ligt met slapende Indiërs. Alsof mijn karma nog niet slecht genoeg was, valt de elektriciteit uit net als ik mijn lenzen aan het uitdoen ben om deftig te kunnen slapen op de trein. Met één lens in de hand moet ik plots in het pikkedonker naar mijn bagage graaien. Ik volg Maartens gegrom en verwijten (noot van de redactie: zachte liefdevolle verwijten) en vind zo gauw mijn valiezen. Zoals gewoonlijk is mijn karma niet zomaar slecht, maar überslecht. We hebben slechts 5 min om op de trein te geraken en de mensen van de trein sturen ons eerst de verkeerde richting uit voor onze wagon. Nog 2 min om naar de andere kant te crossen met onze valiezen op de rug. Maar mijn karma wordt ons goedgezind en we halen het net… Eindelijk kunnen we slapen.

We komen aan op 20 maart en hadden gepland om maar 1 dag in Calcutta te blijven. We geraken echter niet van de wachtlijst voor de trein van 21 maart en moeten nog een dag langer blijven. We blijven in een hotel dat nog volledig is zoals de Britten het bedoeld hadden in de jaren ’30. Koloniale meubelen, warm water halen met een emmer, en een populaire bar die doet denken aan lang vervlogen tijden.

De eerste dag wandelen we een beetje rond in onze buurt, BBD Bagh, met haar vele bazaartjes. Daarna bezoeken we Victoria Memorial en wandelen we door de grote Britse boulevards waar de Britse grandeur nog zichtbaar aanwezig is. Calcutta is echter ook de stad waar een ander Indisch contrast het meeste zichtbaar is: het contrast tussen arm en rijk. Grote boulevards met Britse gebouwen en verderop shoppingmalls waar alles eerder Westers aandoet, worden afgewisseld door straten waar gehele gezinnen op straat leven met soms pasgeboren baby’s. Hoe langer je in India verblijft hoe meer je die contrasten ook ziet: het contrast tussen arm en rijk, tussen de casten, tussen de verschillende religies, zelfs tussen de verschillende staten enz. Het zet aan om meer te weten te komen over India haar geschiedenis en contrasten. Hoe zit het écht ineen, wat brengt problemen met zich mee, hoe proberen ze het al dan niet op te lossen, enz enz.

De tweede dag moeten we vroeg op om onze nieuwe trein te boeken. Wanneer we daarna ontbijten in een klein toeristisch cafeetje, zit er plots iemand naast ons die Maarten al eens op een van zijn vroegere reizen heeft ontmoet. De laatste keer dat ze elkaar zagen was in Manaus, Brazilië, 2,5 jaar geleden. Toeval of niet, maar plots zit die aan de tafel naast ons. We nemen ontbijt en lunch samen en zij babbelen bij. ‘s Avonds pakken we samen een paar pinten in de bar van ons hotel. We zitten als in een oude Britse film tussen whiskydrinkende Indiërs.

Op 22 maart vertrekken we dan eindelijk naar Hyderabad, waar we op 23 maart laat zouden toekomen.

Hier kan je de beelden van Noord-India vinden die bij de woorden horen.

This entry was posted in: Oude blog, Reizen
Tagged with:

by

We love exploring, writing stories, housesitting, but especially love having no plans, enjoying small things, travelling and eating. So that's how we now live.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s