Oude blog, Reizen
Leave a Comment

Karakalpakstan, de Aral Zee & Aktau

Wanneer we voldoende blauwe tegeltjes gezien hebben voor een hele tijd, vertrekken we naar Karakalpakstan. Dit is heus geen ander land, maar een autonome staat binnen Oezbekistan. Onze uitvalsbasis om deze streek te bezoeken is Nukus. Wanneer we er aankomen, blijkt het echter niet eenvoudig om er een pied-à-terre te vinden.

De hotels die in onze lonely planet aangeduid staan, nemen immers geen toeristen meer aan…. Wat nu gedaan… Uiteindelijk komen we terecht bij Jipek Joli (“zijderoute”), waar ook al de andere geweigerde toeristen blijken te stranden. Dit levert het hotel een geweldig monopolie op, en de kamers zijn dus veel te duur voor ons. Er is echter nog een yurt op het binnenplein die we kunnen delen met 2 Fransen. Dit is nog veel beter, want ‘s avonds wordt het aangenaam fris binnen in onze kleurrijke tent.

In Nukus is er niet bepaald veel te zien, buiten het beste museum van heel Centraal-Azië waar veel prachtige moderne kunst te zien is. Tijdens de Sovjettijd was immers veel “bourgeois” kunst verboden, maar één iemand, Igor Savitsky, slaagde er in om in dit godverlaten stadje tienduizenden kunstwerken van onschatbare waarde verborgen te houden. Nukus was vroeger immers als militaire testsite afgesloten, en niemand die daar dus zou gaan zoeken. Dit zorgt er natuurlijk wel voor dat dit stadje nu toch volk over de vloer krijgt :-).

Van hieruit kunnen we bovendien één van de grootste ecologische rampen van de wereld bezoeken, de Aral Zee. Of meer bepaald, het onbestaan van de de Aral Zee. In de jaren ’40 wouden de Russen in Kazakhstan en Oezbekistan katoen en rijst verbouwen. Dit zijn echter vormen van agricultuur die enorm veel water vereisen, wat in landen die grotendeels uit woestijn bestaan geen sinecure is. Het water moest van ergens komen en dus vonden ze er niet beter op om het te halen bij de enige twee rivieren, de Amu Darya en de Syr Darya, die eigenlijk de Aral Zee van water voorzien. Reeds in de jaren ’60 zagen de Sovjets dat dit het einde van de Aral Zee zou betekenen, maar ze besloten om deze toch langzaam maar zeker te laten verdwijnen voor het hogere doel. De vissersdorpjes rondom rond zijn nu precies verlaten spookdorpjes, en het enige wat nog iet of wat doet denken aan de zee zijn de enkele verroeste schepen die hier strandden.

Wanneer we toekomen in het voormalige vissersdorpje Moynaq, is zelfs onze taxichauffeur verbijsterd. Het is precies ook de eerste keer dat hij op de dijk van een voormalige kustlijn promeneert. Zo ver je kan kijken: zand, zand en nog eens zand. Er valt niets meer te bespeuren van de zee, buiten die enkele verroeste wrakken en de schelpjes op de ‘zeebodem’. Je hoort er veel over praten, maar pas als je echt ziet dat er in de verste verte geen water of leven meer te bespeuren valt, begrijp je de omvang van de sneeuwbal die de Russen aan het rollen hebben gebracht.

Wanneer we zowel de grootse als trieste verhalen van de Oezbeekse geschiedenis aan de levende lijve hebben kunnen ondervinden, wordt het tijd om weer andere avonturen op te zoeken. We willen met de boot de Kaspische zee oversteken naar Baku in Azerbeidjan. Van daaruit willlen we onze trip over land verder zetten. Hiervoor moeten we naar Aktau in Kazakhstan, waar we (normaal gezien) meekunnen op een cargoschip naar de overkant.

We moeten natuurlijk eerst in Kazakhstan geraken… In Kungrad nemen we de trein naar Beyneu in Kazakhstan. Op deze trein zitten we samen met een Oezbeekse familie waar bokserszoon ‘Tyson’ voor heel wat tumult zorgt. Dat wordt ooit nog een echt ettertje. De grens oversteken met de trein is in ieder geval iets aangenamer, hoewel Spiky de drugshond wel even onze zakken komt besnuffelen.

Eens in Beyneu aangekomen, blijken er echter gedurende drie dagen geen treins meer vrij te zijn richting Aktau. We hebben helemaal geen zin om hier vast te zitten, en we zouden dus het liefst toch op de nachttrein naar Aktau geraken. Blijkbaar is het hier echter niet ongewoon om zonder ticket op te stappen en gewoon de conducteur een centje toe te stoppen… Zo gezegd zo gedaan en wij kunnen lekker “zacht” slapen op de bagagerekken :-).

Eens in Aktau aangekomen, zoeken we een hotelletje om te kunnen wachten op de boot. Niemand weet immers wanneer de boot nogmaals komt, dat hangt allemaal af van de cargo enzo. We moeten gewoon elke dag ons oor te luister leggen, en ondertussen ons Azeri visum aanvragen. Het wachten op de boot duurt uiteindelijk een week, maar die tijd vullen we op met lezen, blog schrijven en strandjes bezoeken. Zo kunnen we even onze batterijen opladen voor het nieuwe stuk van de reis.

Op vrijdagnacht 31 juli geraken we dan uiteindelijk toch op de boot. Hoe het ons daar vergaat, zullen jullie moeten lezen in de blog over Azerbeidjan.

De onwerkelijke foto’s van Karakalpakstan, de Aral Zee en Aktau.

This entry was posted in: Oude blog, Reizen
Tagged with: ,

by

We love exploring, writing stories, housesitting, but especially love having no plans, enjoying small things, travelling and eating. So that's how we now live.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s