Reizen
Leave a Comment

Noord Myanmar

Momenteel heerst er een beetje een hype rond Myanmar: iedereen wilt op bezoek naar het land dat net haar deuren opende, voor het te laat is. Wij bezochten reeds het echt ongerepte zuiden, lees er hier meer over. Wanneer men echter over Myanmar spreekt, dan spreekt men vooral over het noorden met de tempels en luchtballonnen van Bagan, het Inlemeer, en de gouden pagoda’s van Yangon en Mandalay.

Onze eerste stop op onze tocht door het noorden van Myanmar is Kyaiktiyo, de plek waar bovenop een richel van een berg een rots met enkel een haartje van de Boeddha blijft hangen en wonder boven wonder niet naar beneden rolt. Qua mirakel en heilige plek kan dit al tellen, en dit is dan ook een heus pelgrimsoord voor heel wat boeddhisten. De rots is volledig in het goud gehuld en er bovenop werd een kleine gouden paya bevestigd met rinkelende belletjes. Degene die dat gemonteerd heeft, heeft eerst wel heel veel gebeden, want je wilt niet die kerel zijn die dé heilige rots uit balans bracht…

Alvorens de ronde gouden kokosnootvormige rots te bereiken dien je eerst enkele uren te klimmen, maar je kan ook de minder devote bus naar boven nemen. Wij laten in het midden hoe heilig wij zijn… Onderweg naar boven dien je eerst overal te doneren, maar gezien elke monnik reeds een smartphone heeft, besluiten wij dat de dure ingangsprijs reeds voldoende steun is voor de rots. Aan de basis van de heilige plek dien je ook jouw schoenen uit te doen, want de heilige plek moet proper zijn, maar gelukkig mag je wel nog overal rode pan op de grond spuwen, kwestie van toch nog een beetje vuil te behouden… Altijd leuk om daar met je blote voeten in te stappen.

De rots op zich is eigenlijk wel betoverend. De hele dag door kleven mannelijke pelgrims goudblaadjes tegen de rots (vrouwen mogen niet tot aan de rots zelf), wordt er water gegoten over allerhande Boeddha-beeldjes en gaat men op de knieën voorovergebogen en met gevouwen handen bidden. Wij genieten vooral van de prachtige setting tussen de bergen en de ondergaande zon, de rinkelende belletjes en de ronddwarrelende goudblaadjes.

Zodra we onze hemel (oftewel het meer gecompliceerde boeddhistische equivalent) hebben verdiend, zijn we gewapend om de oude hoofdstad te lijf te gaan. We rollen de stad in na wederom een fantastische treinrit (lees hier meer over de trein in Myanmar) en zijn klaar voor de drukte. Yangon is niet langer de hoofdstad, maar zo lijkt het wel. De stad is een beetje een kruising tussen Brits Koloniaal Indië (bv. Calcutta) en Myanmar: grote koloniale gebouwen die vaak niet meer onderhouden werden sinds de tijd dat de Britten de plak zwaaiden, afgewisseld door gouden paya’s die erdoor piepen.

De bekendste pagoda is vast en zeker “Shwedagon Paya”: de eeuwenoude pagoda waarvoor Aung San Suu Kyi haar eerste en bekende toespraak hield in 1988. Een impressionante gouden stupha geornamenteerd met diamanten en edelstenen, midden in de metropolis. Wij bezoeken de paya bij zonsondergang, wanneer die mooi rood-oranje en atmosferisch oplicht in de zon en wanneer het errond goed begint te bruisen. Iedereen komt hier ’s avonds samen om te bidden, de grond wordt met heel wat gelovigen samen ceremonieel geborsteld, bloemen worden rondgedragen en geofferd en rondom rond worden enkele rijen kaarsjes aangestoken. Wij gaan er even bij zitten en nemen alles in ons op, terwijl de ronddartelende kinderen en de belletjes die rinkelen in de wind de sfeer nog wat meer kracht bijzetten. Een mooi rustpunt in een koloniale stad met stoffige marktjes en zelfs een synagoge, drukke straten, lekkere shan-noodles en zelfs Japanse restaurants, en huizen waar per verdiep koordjes voor de bel en de krant naar beneden bengelen.

Na een voorsmaakje pagoda’s, zijn we nu klaar voor het echte werk in het bekende doch (wat ons betreft) nog niet zo overdreven toeristische Bagan. Bagan is een vlakte aan de Irrawaddy-rivier waar ontelbare boeddhistische pagoda’s de kop opsteken tussen de bomen. Veel van die tempels zijn nog in werking, maar sommigen zijn volgens critici niet waarheidsgetrouw gerestaureerd, waardoor Bagan de unesco-lijst blijkbaar niet heeft gehaald. De pagoda’s worden soms gesierd door muurschilderingen en tellen steevast enkele Boeddha’s in verschillende poses en stijlen: sommigen vullen de hele pagoda, anderen hebben hun beste tijd gehad, sommigen zijn volledig met goud bedekt, enz. Wij huren een fiets om dit alles te ontdekken, wat het leukste is om de sfeer op te snuiven (zoals we reeds merkten in Angkor Wat, lees hier meer). Zo kan je op jouw gemak via mulle zandweggetjes tussen de tempels heen rijden (voor jullie uitgetest met platte band: niet aan te raden, dus kies een goed exemplaar).

Wanneer je aan de grond blijft, verlies je wel een beetje een overzicht. Het beste is om alles van bovenaf te aanschouwen, ofwel door de bekende ballonvaart bij zonsopgang ofwel door de tempels zelf op te kruipen. De ballonvaart lijkt ons zeker aan te raden, maar voor ons was dat net iets te duur. Wij kiezen dus voor de gratis klimoptie, met als enige nadeel dat je de tempels met blote voeten moet beklimmen en met die gloeiende zon kan dat best heet worden onder de voeten. Het is wel zeker de moeite om de soms toch wel smalle en steile trappen omhoog te nemen. Zodra je op de top van een tempel staat, zie je immers overal waar je kijkt rode, witte en gouden pieken boven de bomen uitsteken. Het beste is om zo een klim te maken bij zonsondergang of zonsopgang, de zichten zijn dan mooier en de voeten blijven dan wat gespaard. Wij zijn net iets te lui om op te staan voor het bekende zicht van de ballonnen over Bagan bij zonsopgang. Zonsondergang is meer ons ding, dan kan je de grote en kleine pagoda’s gadeslaan onder een warme gloed en tegen een horizon met een strook wazig wit en erboven roos-oranje.

Na enkele dagen fietsen tussen indrukwekkende pagoda’s met rustgevende Boeddha’s en overweldigende zonsondergangen, is het tijd om de vaste grond in te ruilen voor enkele dagen aan het water. Onze bijna laatste stop in Myanmar is er eentje aan Inle Lake, waar zowel de oevers als het meer zelf het ontdekken waard zijn. Je zal hier al meer toeristen vinden, maar ongelijk hebben ze niet, want het is hier inderdaad mooi en rustgevend. Om het meer te ontdekken, huren wij een houten lange smalle boot met een kapitein die het roer en de pruttelmotor bedient en ons wegwijs kan maken.

Eens je op het meer drijft, heb je het gevoel dat je op een eindeloze spiegelgladde zee zit, want zo ver je kijkt zie je enkel water. Het enige dat jouw ogen kruist op die spiegel zijn de bekende vissers van Inle Lake, houten hutjes, moerassige fruit-en groentetuinen en drijvende mangroveplanten. De vissers op Inle Lake staan recht in smalle ondiepe houten bootjes en peddelen maar met 1 spaan. Die spaan houden ze onder hun oksel vast en ze slaan er één been rond om zo in een cirkelvormige beweging te peddelen met hun voet. Zo hebben ze beide handen vrij om hun visnet te hanteren, goed gezien zou ik zo zeggen. De fruit- en groentetuinen drijven precies zoals op een veld in lange stroken op het water. De tuinen worden aangelegd op moerasachtige zandbanken op het meer en die zandbanken worden verstevigd met lange stokken en omringende waterplanten. Overal zie je kleine houten hutjes op stelten boven de tuinen uitsteken en ertussen drijven heel wat bootjes die de oogst van de dag binnenhalen.

Het leven speelt zich hier grotendeels af op het water, wat ervoor zorgt dat zich ook dorpen met huizen op palen op het water gevestigd hebben. Ook langs de oevers en op de grotere zandbanken zorgt dit voor bruisende taferelen met niet enkel dorpen, maar ook allerhande prachtige pagoda’s, kloosters (bv. teak monasteries), al dan niet toeristische marktjes, (zogezegd) authentieke ambachten zoals bv. zilversmeden en lotusweverijen, enz. Er valt dus heel wat te zien en te beleven op en langs het water, maar het toerisme zal hier zeker heel wat verandering teweeg brengen. Na een hele dag op de boot in de blakke zon, ga je dan ook vermoeid maar voldaan naar huis, maar niet zonder eerst nog even een laatste blik te werpen op het meer onder een betoverende zonsondergang. Want die zijn hier in Myanmar steevast prachtig, met onbeschrijflijk mooie en warme kleuren.

Rusten na een vermoeiende dag op de boot kan je hier zeker ook. Wij huurden een fiets en gingen de hort op om te genieten van het landschap rond het meer. Hier verwenden we ons eindelijk ook eens met enkele bezoekjes aan iets betere restaurantjes, want de straatstalletjes in Myanmar ontgoochelden ons meestal. Rond Inle Lake ben je al in Shan-gebied, waardoor je hier gelukkig de betere Shan-keuken kan vinden. Zo belonen we ons met betaalbare lekkernijen bij de Bamboo Hut of Thanakha Garden restaurant. Om ons helemaal te verwennen sluiten we onze fietsdag af aan de plaatselijke wijngaard “Red Mountain”. Velen beweren dat de druiven iets te veel zon krijgen om een bestseller te zijn wereldwijd, maar goed of niet, dat maakt ons deze keer niet uit. We hebben al zo lang geen glas wijn meer gehad dat eender wat smaakt, als het maar fris is, in een groot glas komt en begeleid wordt door wederom een magnifieke zonsondergang.

De Myanmarese zonsondergangen komen echter bijna ten einde. Na Inle Lake is ons visum bijna verlopen, en onze laatste stop dringt zich op. The road to Mandalay. Mandalay roept bij iedereen feeërieke en exotische taferelen op, vanwege het gedicht dat iedereen zijn fantasie aanspreekt. Laat het ons heel simpel zeggen en zonder veel gedoe jullie ballon even doorprikken: die dichter is hier nooit geweest, en dat is duidelijk. Een slordige, ietwat vuile en onsamenhangende stad met druk verkeer in een amalgaam van stoffige en onafgewerkte straten met straatkraampjes, volgeladen brommers en trucks. Er werd wel een shoppingcenter gebouwd met de bedoeling de stad wat meer leven in te blazen, maar dan hadden ze toch iets beter moeten blazen.

Je hebt natuurlijk wel Mandalay Palace en Mandalay hill, maar uit toeristisch oogpunt zal de stad zelf nog niet zo gauw hoge toppen scheren. Vooral de omliggende regio verdient aandacht. Wij huren een brommertje om eens buiten de stadsmuren op ontdekking te gaan richting U Bein bridge, Inwa, de kloosters van Sagaing, enkele impressionante tempels en onze laatste pagoda’s.

Na een vermoeiende en snikhete dag willen we ook met ons brommertje naar Mandalay Hill rijden, maar ergens bij valavond loopt het verkeerd. Bij het inslaan van een grindweg rijdt er plots iemand recht op ons af en ons uitwijkmanoeuvre loopt, met dank aan een olievlek op de baan, wat verkeerd af. Op een fractie van een seconde gaat onze brommer onderuit en liggen wij tegen de grond onder de brommer. We wouden niet zijn zoals die vele toeristen die vallen met hun brommer, maar een olievlek is natuurlijk geen cadeau. Gelukkig zijn wij wel steeds voorbereid. We dragen zoals altijd een lange broek, een helm, gesloten schoenen!, en een hemd met lange mouwen. Katelijne komt ervan af met een geschaafde hand en een gebarsten gsm. Maarten zijn elleboog was wat geschaafd en zijn hemd was langs één kant volledig gescheurd. Je kan je al inbeelden wat er zou gebeuren moesten we het toeristenuniform van flip flops, hotpants, marcelleke en geen helm gedragen hebben…. Gelukkig hebben we ook steeds een verbanddoos mee als we met de brommer op weg zijn en kunnen we de steentjes en vuiligheid meteen uitspoelen en verbinden. Voorbereid om steeds zo weinig mogelijk schade en gevolgen te ondervinden en zo komen we er dus letterlijk met wat kleerscheuren vanaf.

Voor enkele dollars laten we de brommer oplappen en klaar is kees. Bij het naar huis bellen bleek ons verhaal plots ook niet zo erg te zijn, gezien Maarten zijn ouders net een (normaal gezien gewelddadige) carjacking hadden weten te vermijden in Zuid-Afrika door met volle gas over de opgeworpen barricade te rijden terwijl er met grote stenen naar hen gegooid werd. En dan krijgen wij te horen dat wij te avontuurlijk zijn ;-).

Wil je graag wat meer foto’s bekijken van onze tijd in het noorden van Myanmar, neem dan zeker hier een kijkje. Ben je benieuwd naar onze avonturen in het zuiden, klik dan hier. Wil je iets meer te weten komen over Myanmar in het algemeen, dan kan je hier je honger stillen. Voor tips over hoe je in Myanmar kan reizen, neem hier een kijkje. Wil je meer lezen over onze liefde voor treinen in Myanmar, klik hier.

This entry was posted in: Reizen
Tagged with:

by

We love exploring, writing stories, housesitting, but especially love having no plans, enjoying small things, travelling and eating. So that's how we now live.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s