Reizen
Leave a Comment

Australië: Darwin – Alice Springs – Uluru

Na onze duikcursus in Bali, is het eindelijk tijd om door te vliegen naar één van de verste uithoeken van de wereld, naar één van de warmste en meest onherbergzame landen. Een stuk van de aardbol dat nog niet lang op de kaart staat en waarvan iedereen zo een beetje het bestaan vergeet. Wanneer gaat het in de krant immers over Australië en weet jij wie de eerste minister is? Point taken? Een land dat iedereen kent, maar een parallel leven leidt, ver van ons bed en zonder dat we er actief mee bezig zijn. Tegelijkertijd willen heel wat mensen de halve wereldbol rondreizen om hier de prachtige natuur met uitzonderlijk wildlife, aantrekkelijke stranden en surfersgolven te ontdekken en te genieten van de zogezegde laid back sfeer en het sexy Australische accent. Toch is het een wereld waarvan we denken dat die hetzelfde is als het Westen op het Noordelijk halfrond, maar toch zo volledig anders. Westers, maar alles wat je denkt te weten over het Westen een andere draai geeft.

Als je goedkoop van het paradijselijke Bali naar Australië wilt vliegen, dan land je het beste in Darwin. Voor 50 € sta je van het witte strand in dit warme, vochtige en tropische noordelijke stuk van Australië dat zeker jouw hele idee over het land omverwerpt. We worden alvast meteen hartelijk welkom geheten op de luchthaven. We worden uit de rij gehaald, ons paspoort wordt aan een extra vervalsingscontrole onderworpen en we worden grondig ondervraagd. Pen en papier worden bovengehaald en het feestje kan beginnen. Wat we hier komen doen, of we wel genoeg geld hebben om hier rond te komen, of we hier toch niet gaan werken, wat onze plannen zijn? Grapjes maken blijkt niet ideaal tijdens deze blijkbaar iets officiëlere welkomstceremonie dan wij verwacht hadden. Onze antwoorden worden neergepend, en we mogen doorlopen.

We zijn echter nog lang het land niet binnen. We worden nog een tiental keer aangesproken: of we geen fruit, groenten, zaden of iets dergelijks meehebben? Schrik dat we hun kostbare eilandbiotoop verder om zeep zouden helpen. Hoewel we niets meehebben dat hun eiland naar de verdoemenis kan helpen, moet onze zak toch nog onder de scanner. Heeft u medicijnen mee? Wij hebben een vrij uitgebreide reisapotheek mee. Het antwoord is dus ja, en daar kan je ook moeilijk naast kijken op de scanner. Uithalen die handel. Heeft u voorschriften? Die worden bij de apotheek gelaten in ruil voor de medicijnen. Staat jouw naam dan tenminste op de medicijnen? Neen die staat op de voorschriften, in België is dat anders. “Je bent nu in Australië en dan moet je jou aan onze regels houden en bij ons is dat niet zo!” Katelijne gooit het over een andere boeg. Ze neemt welwillend en goedlachs al de medicijnen één voor één uit de zak en begint bij elk van de medicijnen duidelijk en zelfzeker te vertellen voor wat ze allemaal dienen. Dat blijkt te werken, want de douanier blijkt daar geen zin in te hebben. “Heb je deze, deze of deze medicijnen mee?” Gezien dat wereldwijd beschikbare medicijnen zijn die om een onverklaarbare reden hier verboden zijn, is krommenaas spelen blijkbaar de beste tactiek. De rugzak kan terug ingepakt worden, en we mogen Darwin binnen. Doch met een wrang gevoel…. Australiërs worden afgeschilderd als goedlachse en extraverte mensen, maar dat lijkt hier toch eventjes ontkracht te worden. Benieuwd wat dat verder zal geven.

Wanneer je in deze meeste noordelijke kant van het land aankomt, word je bovendien verplicht om jouw beeld over het land meteen bij te stellen. De Northern Territories zijn immers binnen Australië ook een bijzondere plek en een verhaal apart. Men durft immers wel eens vergeten dat Australië niet zomaar een land is, maar een werelddeel op zich. Noord en Zuid, West en Oost, liggen letterlijk en figuurlijk duizenden mijlen uit elkaar.

20330970952_c4201a0064_o

Darwin werd heropgebouwd na zware bombardementen in WWII en opnieuw na een zware cycloon in 1974 en is bijgevolg vrij modern. Het ligt aan het water en het lijkt op het eerste zicht ideaal om aan het strand te wandelen en een frisse duik te nemen om te ontsnappen aan het vochtige tropische weer. Niets is echter minder waar. Langs het water wandelen met de voetjes in de aanrollende golven ziet er hier aanlokkelijk uit, zij het niet dat er plots een krokodil uit het water kan springen die jou onverwachts een diepere duik doet nemen. Hier stopt het echter niet, het gevaar sluipt hier ook in de kleinere zaken. Kleine kwalletjes die jou het equivalent kunnen geven van een elektriciteitscentrale aangesloten op uw vel, de kleine maar dodelijke blauwgeringde octopus met James Bond faam, en zelfs uiterst giftige schelpjes. Ja schelpjes! Dan nog maar te zwijgen van de slangen, spinnen, en ander gevaarlijk spul dat hier het land siert. Er lopen heel wat venijnige beestje rond in Australië en hoe kleiner hoe gevaarlijker.

Er lopen natuurlijk ook ongevaarlijke doch volledig andere dieren rond in dit land. Zelfs in en rond Darwin wordt al gauw duidelijk dat jouw dierenkennis toch niet zo uitgebreid is als je wel dacht. Op elke hoek komen we nieuwe diersoorten tegen, die we met veel plezier van een eigen en nieuwe naam voorzien. Natuurlijk zijn er ook dieren die je wel kent, van National Geographics, van de zoo of van “de reddertjes in Kangoeroeland”. Zo zien we voor het eerst in het wild: walibi’s, kangoeroe’s, koala’s, dingo’s, koockabura’s, kaketoes en papegaaien in ale kleuren, ontzettend mooie vogels, enz.

Het doet wel raar: als je dacht te weten hoe een land is, maar beseft dat je zelfs in een Westers land een cultuurshock kunt hebben. Duidelijk valt hier meer te ontdekken dan je voor mogelijk hield.

Hier in Darwin komen we ook voor het eerst in contact met de aboriginals, die in de Northern Territories duidelijk in het straatbeeld aanwezig zijn, maar hier precies een parallel bestaan leiden. Het wordt ons meteen duidelijk dat dit geen evident gespreksonderwerp is. Het is duidelijk een uitdaging voor het land en allesbehalve onbesproken. Het is echter ook een heikel en ingewikkeld punt, waar wij als buitenstaander niet kunnen op ingaan gezien we de volledige draagwijdte niet kunnen vatten. Het is wel de moeite om hier wat meer over te lezen indien je het land bezoekt, gezien je heel wat van het verleden, het heden en de toekomst van het land zal kunnen begrijpen of althans in een ander licht zal plaatsen. In Darwin kan je het “Museum and Art Gallery of the Northern Territories” bezoeken om meer te weten te komen over de aboriginal cultuur.

Onze vuurdoop van Australië is meteen goed en interessant ingezet, tijd om het land verder in te trekken. Darwin ligt echter ver van alles in Australië, dus dat wilt zeggen kilometers vreten. We beginnen met een lange rit door de outback van de Northern Territories, richting Alice Springs. We willen dit echter goedkoop doen, kwestie van op budget en lang te kunnen blijven reizen. Een auto of camper huren in Australië is echter niet goedkoop, zeker niet als je weet dat je steeds lange afstanden moet afleggen, deze campers veel verbruiken per 100 km en je zo dus liters en liters benzine verbruikt. The Northern Territories is ook één van de enige plekken waar wij een verzekering zouden nemen (windscherm inbegrepen), gezien er wel wat gekke kangoeroe’s rondspringen en een steentje in je ruit sneller gebeurd is dan je denkt (wij kunnen er van meespreken, bij ons was het al prijs na 20 km).

Hoe lossen we dit op? Lees er hier meer over in onze blog Australia on the cheap. Een tipje van de sluier, we slagen erin dit volledig gratis te doen. Campervan, benzine en verzekeringen, allemaal voor niets, nada, nul. In ruil moeten we dit traject wel doen in 2,5 dagen, maar dat is niet echt een probleem. Bij vertrek zwaait de verhuurmaatschappij ons immers als volgt uit: “If you get lost on that road, you get a medal…!” Dat zegt voldoende. Tussen Darwin en Alice Springs ligt nogal veel niets, en is het heel lang recht, recht en nog eens recht. We kunnen binnen die termijn zelfs zonder problemen een omweg maken via Kakadu National Park, waar we onze eerste rotsschilderingen van de aboriginals kunnen bewonderen op de Nourlangi wandeling.

Gezien het landschap op zijn minst gezegd onherbergzaam en vrijwel onbewoond is, verwachten we een lange saaie rit waar het grootste entertainment zal moeten komen van ons overenthousiast meezingen met onze greatest hits. Wonder boven wonder kruist er ons op die 1800 km lange weg meer dan we ooit hadden kunnen dromen. Het landschap is immers allesbehalve ééntonig: de aarde verandert van tropisch groen naar geel naar rood. De vegetatie wordt steeds kleiner, tot er enkel geel gras en zongedroogde struiken overblijven. Je komt droge en niet droge rivierbeddingen en kreken tegen, dramatische kliffen en rotsen en je rijdt langs de steenbokskeerkring en door half verlaten “dorpen”.

Onderweg kom je al eens een benzinestation tegen -gelukkig maar- en je houdt best in het oog wanneer het volgende is als je niet plots wilt stilvallen. Die benzinestations doen vaak ook dienst als roadside bar en/of winkeltje dat vaak op de meest uiteenlopende en liefst opvallende manier versierd wordt met bv. een oude helikopter, allerhande brol aan de muur, enz. Alles om jou toch maar binnen te lokken en bij hen te laten stoppen. Zo komen we bv. voorbij “the most central bar of Australia”, wat een verwezenlijking.

Naarmate je dieper de outback inrijdt wordt het wel steeds droger, maar er is nooit helemaal niets zoals je zou vermoeden. De dorpen worden wel steeds kleiner en zelfs een verzameling van 18 (!) inwoners krijgt hier de denominatie “dorp”. Dat moet daar plezant zijn… Zou Amazon hier leveren? Klein pluspuntje, als je ziek bent komen de flying doctors van de gelijknamige tv-serie uit de jaren ‘80 to the rescue, en die zijn – als we de tv mogen geloven- zeker en vast knap…

19716790254_fc08995828_oJe komt ook allerhande maten van termietenheuvels tegen, die ze bovendien vaak aankleden met T-shirts, petjes en allerhande. Niet zo knap als de flying doctors, maar dan zwaait er tenminste nog iemand naar jou als je zo ver van huis en eigenlijk van alles verwijderd bent. Ze noemen dat hier niet voor niets de outback. Dat termietenheuvels aankleden hier tout court populair is, zegt voldoende over hoe plezant het moet zijn om hier te wonen…

Veel auto’s komen we ook niet tegen, maar we staan er wel van versteld hoeveel passerende auto’s een boot meehebben. Wishful thinking misschien? Afstanden zijn hier echter relatief en hier draait blijkbaar niemand zijn hand ervoor om om 1000 km te rijden voor een boottochtje… De meest impressionante tegenliggers zijn hier de daverende “road trains”. Vrachtwagens met 3 tot 4 opleggers die doorvlammen en voor niets of niemand stoppen. Zie je ze zelf niet voorbijrijden, dan zie je alvast het bewijs van hun genadeloze doortocht: ontelbare dode kangoeroe’s, een dode koe, een dode slang, dode arend, enz. Als je immers als kind dacht dat zo een geel bordje met “beware kangoeroe’s” tof was, dan verander je hier al snel van gedacht.

En dat hebben wij ook (bijna) geweten. Voor zonsondergang willen we onze camper parkeren op een camping net buiten Kakadu National Park. Degene die we in ons hoofd hadden blijkt echter in allerijl achtergelaten en wordt gesierd door prikkeldraad en een waarschuwend bord “Keep out”. Zo ver van alles af, volgen we die raad liefst op. Naar de volgende camping dus… maar die is nog 50 km verder… Dat lijkt peanuts, maar dat wilt zeggen bij schemer rijden en dat wordt hier ten sterkste afgeraden (en is nooit verzekerd). Gelijk hebben ze, want de vele dode kangoeroe’s die we gedurende de dag tegenkwamen, zijn slechts een voorbode van wat er na zonsondergang komen zal.

Zodra de zon immers niet meer meewerkt, is het meer dan opletten geblazen en moeten we onze remmen meermaals aan een grondige test onderwerpen. Op die 50 km springt er plots een kudde koeien op de baan, lopen er wilde ezels over, staat er een buffel met zijn horens op onze camper gericht, moeten we een horde wilde paarden ontwijken en vooral moeten we enkele kangoeroe’s ternauwernood omzeilen. Dat lijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan, want die beesten zijn zo dom dat ze nog tegen een stilstaande auto zouden springen (maar daarover in een andere blog meer…). Een kangoeroe van de baan maaien lijkt niet bepaald ideaal te zijn voor uw carrosserie en bovendien glijden ze vaak door jouw voorruit naar binnen om daar nog even na te trappen. Het is op het puntje van de stoel rijden, maar qua wildlife spotten kan het wel tellen. Elk nadeel heb ze voordeel zeker?

Eerlijk is eerlijk, we slagen er niet in om alles te ontwijken. We komen midden op de baan een mooie grijze vogel tegen met blauwe vleugels, een grote snavel en een dikke kop. Hij blijkt zich echter van geen kwaad bewust en wij hebben niet voldoende tijd om uit te wijken… U voelt het al komen, maar hij blijkbaar niet. Boef, een pechvogel bij en een mooie blue-winged kookaburra minder. Blijkbaar zijn ze al eens vaker een bumper accessoire omdat ze nogal traag opvliegen. You don’t say… 20313171476_bc0d434d66_oOm ons een beetje te verdedigen voor deze brutale moord: ze maken een oorverdovend kabaal en brullen zoals een aap, dus we hebben alvast iemand een goede nachtrust gegeven… Na een tijd hebben we echter een truc om nietsvermoedende of gewoonweg domme beesten te zien aankomen: zijn er remsporen of cirkelen er roofvogels boven de weg, dan kan je best jouw ogen wijd open houden en jouw voet dichtbij de rem houden. We zeiden het al, een verzekering is op dit stuk van de weg geen overbodige luxe.

Zonsondergang is echter niet enkel een perfect moment om wildlife te spotten (huhum), maar ook een perfect moment om de Devil’s Marbles die langs de weg liggen te bewonderen. Een verzameling ronde rotsblokken die bij zonsondergang oranje-rood kleuren. Heel mooi en atmosferisch zo in the middle of nowhere en meteen een perfect plekje om te slapen. De outback is met haar overdonderende sterrendak ’s nachts een fantastische plek. Je moet er overdag wel de vele Australische vliegen bij nemen en die zijn volhardender en vervelender dan we ze ooit al ergens zijn tegengekomen. Ze gaan immers vooral voor lichaamsvochten, dus ze gaan bij voorkeur op jouw oogbol zitten… Really? Maar ze vliegen ook geregeld in jouw mond of neus. Gezellig.

Zoals je ziet, veel kom je niet tegen, maar voldoende om onder de indruk te zijn en deze lange rit meer dan de moeite waard te maken. Een van onze favoriete roadtrips. Ook de bestemming Alice Springs is best een bezoekje waard, vooral omdat het geografisch volledig geïsoleerd ligt en omringd is door een prachtig landschap. Alice Springs verandert zeker en vast jouw idee over “the middle of nowhere”… En toch, wonder boven wonder wonen hier om en bij de 28.000 inwoners en is hier alles aanwezig om een volledig operationeel stadje te zijn. Toch ietwat verwonderlijk in het hol van pluto: appelmoes komt helemaal vanuit België en de kiwi’s uit… Italië… Begrijpe wie begrijpen kan. Ze hebben wel Australische kiwi’s in de supermarkt, maar die van Italië zijn veel goedkoper!? Afgelegen liggen is hier precies een beetje relatief. Maar dan wel beweren dat ze slechte telefoon – en internetontvangst hebben in heel Australië omdat ze zo “afgelegen” liggen. Beats me…

Wij spenderen onze tijd aan de droge rivierbedding van de Todd-rivier in de herberg van Seb, Alice’s Secret. We moeten er onverwachts wel langer blijven dan gepland, maar de Duitse eigenaar Seb maakt alles meer dan goed en verzacht onze eerste absurde Australische situatie. We hadden opnieuw een bijna gratis auto geregeld om richting Adelaide te rijden, met een omwegje via Uluru/Ayer’s Rock. Wanneer we de auto gaan oppikken blijkt er echter geen nummerplaat te zijn… 19718456403_7e8e2250b7_oHet zal bovendien 4 dagen duren vooraleer dit euvel opgelost kan worden. We hebben immers het geluk dat het Pasen is, en dan ligt het land enkele dagen volledig plat. Na veel rondbellen staan we geen meter verder. De verschillende firma’s die betrokken zijn, verwijten elkaar de pot dat de ketel pikzwart ziet, en worden ronduit onbeleefd tegen ons. Australië… Efficiëntie en customer service ten top… (lees er later meer over). We kunnen tijdens de verlofdagen gelukkig wel wat langer in Alice’s Secret blijven. Dank u Seb!

Vier dagen op ons gat zitten in the middle of nowhere is nu niet meteen waarop we zaten te wachten. Het is bovendien maandag Maarten zijn verjaardag en dan willen we wel iets leuks doen. We laten de gratis auto voor wat hij is, kunnen de enige relatief goedkope auto die met Pasen overblijft op de kop tikken en kunnen zo voor Maartens verjaardag toch richting Uluru/Ayer’s Rock rijden. Om het volledig budgetvriendelijk te kunnen doen, mogen we Seb zijn kampeergerief en frigobox lenen. All set voor een culinair hoogstand en luxueus verjaardagsweekend. Ok, misschien die laatste twee niet helemaal, maar impressionant zal het des te meer zijn.

De rit naar de bekende rots is niet meteen de meest interessante die er bestaat en telt 500 km zonder veel verandering of wildlife. De saaie rit wordt echter meer dan beloond. Daar ergens, in het midden van dit ontzettend grote onherbergzame land, rijst er plots een gloeiend rode gigantische rots op uit het barre landschap. Terwijl deze rots haar mooiste kant laat zien gehuld in de ondergaande zon, klinken wij alvast op Maartens verjaardag en op al dit moois.

We nemen ook de tijd om de betekenis, het verhaal en het leven rond de rots te leren kennen. Wij volgen o.a. de Kuniyawalk naar de Mutitjulu waterput en de Malawalk met een ranger om de rots in een ander licht te zien. Je leert meer over hoe de aboriginals in deze allesbehalve herbergzame omstandigheden konden overleven door van waterput naar waterput te reizen, de lokale voorzieningen spaarzaam te gebruiken en dit aan hun kinderen door te geven. Dit en andere voor hen belangrijke zaken kan je afleiden uit de vele rotsschilderingen, die bedoeld zijn/waren om o.a. deze overlevingstips over te dragen zowel aan de rondreizende aboriginals als aan de nakomelingen. Buiten deze vitale informatie werden er ook heel wat verhalen overgedragen aan andere families en nakomelingen, met de vormen van de rots als geheugensteun. Bijgevolg mogen bepaalde verhalen enkel verteld worden op die bepaalde plek of aan dat stukje rots en bijgevolg zijn die plaatsen heel belangrijk voor hun cultuur. Uluru wordt dan ook als heilig beschouwd en de rots opklimmen wordt gezien als heiligschennis. Je krijgt op slag meer respect voor de plaats, haar bewoners en de betekenis van deze rots die je nooit meer zomaar een grote rode steen zal noemen.

Vlakbij kan je ook de Olga’s/ Kata Tjuta bezoeken, een verzameling rode rotsblokken waar je prachtige wandelingen kan maken en opnieuw heel wat bijleert over overleven in deze omgeving.

Een betere of meer memorabele plek om Maartens verjaardag te vieren konden we niet vinden. Temidden van de Mulga bomen, toasten we in ons tentje op zijn verjaardag met een fris glaasje witte wijn en een feestmaal van pavlova met frambozen en kip met appelmoes. Indien dat niet als muziek of feestmaal in de oren klinkt, probeer dan zelf maar eens een diner ineen te flansen bij koplampjes-licht in een klein tentje. Wij lieten het ons in ieder geval meer dan smaken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Na twee dagen ogen uitkijken, moeten we terug richting Alice Springs, want we hebben een vlucht geboekt richting Melbourne. Als we de rit naar het Zuiden immers niet met een gratis auto kunnen afleggen, dan is vliegen naar Melbourne de goedkoopste optie. We blijven echter iets te lang wegzwijmelen bij deze rode schoonheid, maar komen toch net op tijd aan in de luchthaven. Vlak voor we het vliegtuig opspringen, krijgen we bevestiging dat we mogen housesitten in Albury en dat begint al binnen enkele dagen. Gelukkig dus maar dat we gekozen hebben voor een vlucht, want anders hadden we serieus moeten doorrijden om op tijd te zijn voor onze housesit. We kunnen nu zelfs nog even tijd doorbrengen in Melbourne en aan de Great Ocean Road. Wil je meer lezen over onze tijd in Melbourne en onze rit over de Great Ocean Road, lees hier meer. Benieuwd naar onze housesit op een Australische boerderij? Lees er hier meer over.

Zin om nog wat meer foto’s te bewonderen van onze ritten door de outback? Klik dan alvast hier.

Leestip: “Down Under” van Bill Bryson.

This entry was posted in: Reizen
Tagged with:

by

We love exploring, writing stories, housesitting, but especially love having no plans, enjoying small things, travelling and eating. So that's how we now live.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s