Housesitten, Reizen, Verhalen
Comments 2

Niet altijd even zonnig in de Sunshine State…

N

a drie zalige weken op onze boerderij in Albury en in de prachtige streek Victoria High Country, is het tijd om Australië verder te ontdekken. We boeken een trein naar Byron Bay, maar naar (blijkbaar) goede Australische gewoonte wordt onze trein door hevige regen afgeschaft vanaf Sydney en worden we per bus vervoerd. Er heerst verwarring wie waar moet opgehaald of afgezet worden, welke weg nu niet overstroomd is door het slechte weer enz. Nog zo een goede onverwachte gewoonte in Australië, miscommunicatie en lichte chaos, maar al bij al lossen ze het na veel vijven en zessen toch goed op.

Wij moeten niet midden in de nacht van bus wisselen, maar ze brengen uiteindelijk iedereen persoonlijk naar de bestemming. Ideaal. Onderweg moet er wel een klein incidentje ontmijnd worden op de bus, want er wordt wat openlijk racistisch gedaan. Er worden wat “curry munchers” uitlatingen door de bus geslingerd aan het adres van enkele Indische Australiërs en we krijgen bijna schrik van de hillbilly die iedereen wakker houdt met haar onverdraagzaamheid. Het verbaast ons dat racisme niet geheel abnormaal is hier down under en vooral dat het bestaan ervan niet steeds erkend wordt.

Maar dus, wij komen midden in de nacht aan in Byron Bay en zijn voor één keer heel blij dat ramen en deuren hier ‘s nachts niet op slot worden gedaan. Zo kunnen wij toch onze B&B binnen en kunnen we een uiltje knappen op de zetel. Na een ietwat beschamend ontbijtje (we laten het brandalarm afgaan door een overgevoelige broodrooster en maken zo iedereen wakker…), een douche en wat verse kleren om het lijf, nemen we de fiets richting Byron Bay city. Hét geitenwollensokken surfers paradijs waar iedereen lyrisch over doet, waar zogezegd alles mag en alles kan. Vrijdenkend en samenhorig enzo. Wij hebben daar zo onze twijfels bij, maar het hippie paradijs heeft op papier wel veel te bieden: mooie stranden, surfers die in hun strakke wetsuit schoon en stoer lopen te wezen, zonsondergangen om bij weg te zwijmelen. Het ideale décor voor een flesje wijn op strand denken wij dan. Dat ontraden ze ons echter op elke hoek van de straat. Drinken op het strand is 200 $ boete en anderen mogen u verklikken, kwestie van het vrijdenkende te ontraden en tegelijkertijd het samenhorigheidsgevoel te versterken? Daar drinken wij een glaasje plaatselijke wijn op, op het strand, bij zonsondergang en enkele misnoegde hippieblikken…

Alvorens ons fris glaasje wijn te nuttigen om de dag af te sluiten, bezoeken we eerst de markt waar Indische spulletjes, paleo food, hippiemuziek en new age gedoe hoogtij vieren. Wat we hier op de markt zien, zet meteen de trend voor heel Byron Bay en omstreken. Er is hier zoveel raw, vegan & organic food, mensen op blote voeten en wereldwinkel-kleren, zaden en sapkes om te detoxen in ware new-age style, yoga waarvan uw ledematen in de knoop liggen maar uw karma blijkbaar minder, kuren om je innerlijke zelve te vinden, homeopathie en andere natural crap, dat je er zowaar op slag van naar MacDonalds zou lopen. En tussen ons gezegd en gezwegen kan je meestal tussen de lijntjes lezen dat ze gewoon allemaal ‘cool & skinny as hell’ willen zijn om op hun surfbord of het strand te pronken en dat allemaal onder het mom “healthy” en “wij letten op onze waardevolle wereldbol”… Zij het niet dat we in de omstreken van Byron Bay vele overemotionele hippies op hun blote voeten met hun organische groentjes in een dieselzuipende grote pick up zien klimmen. Kwestie dat ze met hun organische groenten al genoeg gedaan hebben voor het milieu?

U voelt het, deze regio is geheel ons ding… Maar we moeten hier toch even blijven, want we hebben hier een housesit vastgelegd. We weten echter niet goed wat te verwachten, want door de slechte Australische telefoon- en internetontvangst hebben we de eigenaars nog niet ontmoet. Vorige keer is dat meer dan goed uitgedraaid (lees er hier meer over) en dus wagen we nogmaals onze kans. Het is vlakbij het strand en de locatie zou idyllisch moeten zijn, maar uiteindelijk valt de housesit spijtig genoeg dik tegen. We komen terecht in een huis dat te vuil is voor woorden en de hondjes zijn ronduit verwaarloosd. We geven de hondjes meteen een ware make-over en een bad, en dan kunnen ze er alvast wat beter tegen. Het huis heeft echter meer nodig dan een simpele make-over …

De huiseigenaars springen net nadat we zijn aangekomen in allerijl in hun auto en laten ons nog snel weten dat er geen sleutel is om de deur te sluiten en dat ze wellicht een paar dagen later zullen terugzijn dan gepland. Daar gaan onze plannen voor onze eerste huwelijksverjaardag …

De huiseigenaars konden precies niet snel genoeg weg zijn, en al gauw merken we waarom. Het huis is ronduit vies en zonder overdrijven wellicht in geen jaren meer gekuist. Zwarte lagen vuil en hele legioenen dode insecten op de vensterbanken, pannen met lagen roet als werden ze bewaard in de schoorsteen van een staalfabriek, kakkerlakken trippelen rond in de keuken, hele legers spinnewebben hangen van het plafond en de binnenkant van de vensters is bedekt met een hele koek spinnewebben en stof dat je er bijna niet meer kan doorkijken. Dan nog te zwijgen van de kamers en de lakens. Voor de allereerste keer in ons leven zijn we gedegouteerd om in een bed te slapen en kopen we nieuwe lakens. Dan moet het bij ons al erg zijn als je weet dat wij overal ter wereld in 1 $ kamers hebben geslapen… En dan hebben we het nog niet gehad over de overdosis schimmel op de muren waarvan één plek precies beweegt, maar dat blijken dan gehele kolonies mieren te zijn op de muur… Zelfs wij hebben grenzen…

Katelijne heeft astma en voor de eerste keer kan ze echt niet in een huis blijven en wordt ze er ziek van. En medicijnen vinden blijkt hier ook al niet eenvoudig, want “we want real medicines, not homeopathic or natural healing stuff, please!”. We proberen het enkele dagen en kuisen het huis zelfs zo grondig mogelijk (hoewel we zelf kuisgerief moeten kopen…), maar het is echt niet te doen en er komt geen verbetering. We spelen zelfs met het idee om een tent op te zetten in de tuin om de housesit toch te kunnen afronden, maar dat is al bij al een beetje te veel gekheid op een stokje. Bijgevolg contacteren we de eigenaars en na enkele dagen kunnen we hen bereiken waarna ze gelukkig een oplossing vinden en vrienden inschakelen om op hun huis te letten. Wat bewijst dat housesitten ook eens kan tegenvallen. Iedereen denkt altijd dat het enkel kan tegenvallen voor de huiseigenaars, maar omgekeerd kan dus ook. We zijn dus geleerd en de volgende keer stellen we meer vragen en zorgen we dat we de huiseigenaars zeker één keer gezien hebben via skype.

De week dat we er zitten, proberen we er toch het beste van te maken. Elke ochtend gaan we met de hondjes wandelen op het toch wel idyllische strand en in de namiddag trekken we naar het nabijgelegen dorp Brunswick Heads. Daar schrijven we aan de waterkant enkele blogs en selecteren we wat foto’s en sluiten we onze dag steevast af met overheerlijke fish en chips. Uiteindelijk worden het toch nog aangename dagen. Wat je met een portie optimisme en fish en chips al niet goed kan maken. When life gives you (organic) lemons, make lemonade.

Zodra we de deur van ons vuile huis achter ons NIET in het slot trekken, is het tijd om naar de volgende bestemming te gaan. Maar we weten niet goed waar naartoe. We krijgen ondertussen immers onrustwekkend nieuws van het thuisfront en weten niet goed wat gedaan. We besluiten om dichtbij een luchthaven te blijven, just in case. Terwijl we wachten op verder nieuws van thuis, bezoeken we Brisbane, nemen een kijkje in het GOMA (Queensland Gallery of Modern Art), wandelen langs de rivier en langs het aangelegde strand midden in de stad. Brisbane is een heel aangename stad, maar een beetje duur voor ons om te blijven hangen en dus besluiten we om een kleine campervan te huren. Zo hebben we een goedkope slaapplaats, kunnen we nog even de regio rond Brisbane ontdekken en kunnen we toch meteen aan de luchthaven staan als het zou moeten.

Het worden enkele rare dagen, waarin we vooral veel afwachten, zorgen maken en niet goed weten wat gedaan. We proberen er toch het beste van te maken en rijden met onze Toyota Previa van Jucy met meer dan 400.000 kilometer op de teller richting Great Barrier Reef. De vraag is echter, gaan we duiken of niet, want dan  zijn we een hele dag niet bereikbaar en kunnen we bijna 24 u niet vliegen. We rijden toch richting het zuidelijkste puntje van het duikparadijs bij uitstek en kamperen onderweg op prachtige plekjes, koken in onze van, grillen aan het strand verse garnalen op een publieke BBQ, en slapen onder de blote sterrenhemel dankzij ons glazen dak. Wie zegt dat goedkoop niet luxueus kan zijn?

We wandelen door het Great Sandy National Park, tegenover het dure Fraser Island, langs brede witte stranden met diepblauw water en over grote zandduinen. Plots zien we een schattig blauw krabbetje rondtrippelen. Maarten probeert het te vangen, maar het graaft zich vliegensvlug het zand in. Terwijl we stilstaan en wachten tot dat ene krabbetje weer zijn kopje laat zien, horen we plots precies het geluid van spuitwater rondom ons. Psssst pssssst pssssst. Het wachten op het krabbetje heeft geloond, want plots loopt het strand echt boordevol kleine blauwe krabbetjes. Ze lopen in grote legioenen langs de rand van het water, en als je dichterbij komt gaan ze in versnelling. Dan bewegen de krabbetjes geagiteerd samen in één grote massa, klinken ze nog meer als spuitwater en draaien ze zich één voor één razendsnel het zand in.

We wandelen de duinen in, genieten van enkele mooie zichten over het water en eten nog een ijsje bij Massimo in Noosa Heads. Donderdag komen we aan in Lady Musgrave om misschien toch te gaan duiken, maar het duiken wordt afgeblazen door het slechte weer dat de komende week niet meer zal opklaren. Duiken in Great Barrier reef zit er dus niet in.

Ondertussen wordt het nieuws van het thuisfront kritiek en we besluiten meteen richting Brisbane te rijden. We boeken donderdagavond een vlucht via het internet van MacDonalds, pakken op vrijdagochtend al onze spullen bijeen ergens op een parking, maken enkele backpackers blij met al wat we meehadden in de van, en vrijdagmiddag zitten we al in de vlieger richting België. Al 4 dagen niet gedouched, snel snel op een vlieger stappen en maanden aan bagage vliegensklaar maken, plots richting huis, onderweg in Bangkok ons haar wassen in de lavabo van de luchthaventoiletten. Zo glamoureus kan ons leven zijn. Zaterdagochtend komen we thuis nadat we bijna 28 u onderweg waren en geen oog dicht hebben gedaan. We zijn net op tijd om afscheid te nemen en spenderen bijgevolg enkele weken thuis om bij de familie te zijn.

Het besef dat het leven veel te kort is, wordt alleen kracht bijgezet. Wacht niet op later, want die later komt misschien niet…

Ondertussen zijn wij terug op pad en genieten wij NU van het leven in Brazilië.

Voor een blik op onze foto’s, klik hier.

This entry was posted in: Housesitten, Reizen, Verhalen
Tagged with:

by

We love exploring, writing stories, housesitting, but especially love having no plans, enjoying small things, travelling and eating. So that's how we now live.

2 Comments

    • Bedankt Naomi! Het was inderdaad helemaal niet gemakkelijk, zeker niet omdat we zo ver weg waren. Daarom juist denk ik dat we ons optimisme wel moesten gebruiken, want we konden zo weinig doen.

      Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s